Jacobikerk

Algemeen | Dispositie | Afbeeldingen | Audio
Plaats: Utrecht (gemeente Utrecht)
Bouwjaar: 1509 / 1742 / 1823
Orgelmaker(s): Gerr Peterz., R. Garrels, A. Meere
Organist(en): Gerrit Chr. de Gier

De rijke geschiedenis van het grote orgel in de Jacobikerk is aan haar uiterlijk af te lezen. Het instrument dateert van 1509 en is gebouwd door Gerrit Pietersz. Omstreeks 1609 onderging het een grote restauratie, door Dirck Petersz. de Swart en Jacob Jansz van Lin. Het instrument was toen getooid met luiken en bezat achttien registers, verdeeld over hoofdwerk (in de vorm van een blokwerk), rugwerk, bovenwerk en pedaal. Van het orgel uit 1509 zijn alleen de hoofdwerkkas en fragmenten van het snijwerk overgebleven. Het bovenwerk is opgegaan in het hoofdwerk en de luiken zijn verdwenen. Het aantal registers is sindsdien bijna verdubbeld.

Deze metamorfose is in gang gezet door de Duitse orgelbouwer Rudolph Garrels. Tijdens een restauratie in 1742 vond hij het pijpwerk van acht registers voldoende voor hergebruik en voegde daar vervolgens 16 registers aan toe, die hij in de huidige formatie van hoofdwerk, rugwerk en pedaal opstelde.

In 1823 bouwde de Utrechtse orgelbouwer Abraham Meere een nieuwe orgelgalerij, vernieuwde het complete rugwerk en liet de versieringen in neo-klassieke stijl aanbrengen.

In de periode 1883 – 1911werden naar de muzikale smaak van die tijd, registers als Violon en Vox-celeste geplaatst ten koste van karakteristieke registers als Carillon en Sexquialter. 
In 1978 reconstrueerde Van Vulpen het rugwerk naar de situatie van 1823 en het hoofdwerk en pedaal naar de situatie van 1750. Balgen, windladen en de mechanieken werden gerestaureerd en ook konden de oude Garrelsklavieren weer herplaatst worden. In 1996/7 heeft Van Vulpen de klank van het instrument gecorrigeerd op basis van de toegenomen kennis van historiserende klankgeving.

jacobikerk Utrecht

 

Huidige dispositie

Hoofdwerk [I]
C - c3, lade 1742
Prestant Dd 16'
Octaaf 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Openfluit 4'
Roerfluit 4'
Quint 3'
Octaaf 2'
Woudfluit 2'
Mixtuur 4,5,6 sterk Bas/Discant
Sexquialter 3 sterk
Cornet 4 sterk Discant
Trompet 8'
Tremulant

Rugwerk [II]
C - c3 lade 1823 
Prestant 8'
Flute travers 8' Discant
Holpijp 8'
Quintadeen 8'
Octaaf 4'
Gemshoorn 4'
Octaaf 2'
Woudfluit 2'
Quint 1 1/3'
Flageolet 1'
Carillon 3 sterk Discant
Sexquialter 2 sterk Discant
Mixtuur 3-6 sterk Bas/Discant
Fagot 8' Bas/Discant
Vox Humana 8' Bas/Discant Tremulant

Pedaal
C - d1 lade 1742
Prestant 16' (transmissie Hw)
Bourdon 16'
Octaaf 8'
Octaaf 4'
Mixtuur 4-5 sterk
Bazuin 16'

Gehalveerde Manuaalkoppels
Koppels: Pedaal + Hoofdwerk, Pedaal + Rugwerk
Temperatuur; Neidhardt III
Toonhoogte; a' = 438 Herz, Winddruk: 76 mm





 
 
Webdesign Utrecht » SPRANQ