Oude Kerk (v.m. H.H. Petrus en Paulus)

Algemeen | Dispositie | Afbeeldingen | Audio
Plaats: Soest (gemeente Soest)
Bouwjaar: 1960
Orgelmaker(s): Van Gruissen/Van Oeckelen
Organist(en): Gonny van der Maten

gelhistorie
De oude kerk in Soest ging op 14 november 1875 in vlammen op. Hierbij ging het orgel uit 1819 verloren. Dat orgel was een geschenk geweest van de Prins van Oranje, de latere koning Willem II. In 1876 leverde J.F. Witte een nieuw instrument, dat op 20 augustus 1876 in gebruik werd genomen. Dit orgel was een geschenk van ZKH Koning Willem III, doch voor het grootste deel geschonken door ZKH Prins Henrik der Nederlanden. Hij was toen Ambachtsheer van Soest, Baarn en Ter Eem. 
Na de kerkrestauratie in 1957/1958 werd dit orgel afgebroken en vervangen door een nieuw instrument van J. de Koff & Zoon. 
De Koff gebruikte de volgende onderdelen uit het vorige orgel van Witte: de windlade van het hoofdwerk, delen van de achterwand van de orgelkas, de klaviatuur: slaglijsten, naamplaatje, bakstukken en manualen, pijpwerk van het hoofdwerk (Holpijp 8', Octaaf 4' en Roerfluit 4'), pijpwerk van het rugwerk Gemshoorn 2 - bevat pijpwerk van de Witte Nazard 3 - en Quint 1 1/3 - bevat pijpwerk van de Witte Viola 8), pijpwerk pedaal: Subbas 16 (oude Bourdon 16), Bazuin 16 (bevat C t/m H van de Witte Trompet 8), Trompet 4 (bevat c t/m f" van de Witte Trompet 8). Het orgel is op 28 november 1960 officieel in gebruik genomen met een bespeling door Adriaan C. Schuurman, adviseur bij de bouw en Maarten Kooy, toenmalig organist van de kerk. Het front is een ontwerp van ir. Van der Steur.

Het De Koff-orgel is inmiddels vervangen door een nieuw instrument. Dit historische orgel is oorspronkelijk opgeleverd in 1811 door Albertus van Gruisen voor de Doopsgezinde kerk in Harlingen. Het betrof een twee-klaviers instrument met 16 stemmen verdeeld over hoofdwerk en onderpositief. Het orgel had een aangehangen pedaal en een windvoorziening met drie spaanbalgen. Deze kerk was in de lengterichting ingedeeld en het orgel werd boven de preekstoel geplaatst. Later is de kerk vergroot en in de breedte ingedeeld, waardoor het relatief smalle orgel niet meer ´toonde´. Daarom werd in 1857 is het orgel drastisch uitgebreid door Petrus van Oeckelen en heeft daarbij een veel bredere uitstraling gekregen. Hij breidde het front zijwaarts uit en voegde in de toegevoegde ruimte een vrij pedaal toe. Waarschijnlijk voegde hij tevens een extra spaanbalg toe. Bij deze uitbreiding is het bestaande van Gruizen gedeelte vrijwel ongewijzigd gebleven. Het orgel werd geschilderd in rijtuigzwart afgezet met goud.

 

Huidige dispositie

Hoofdwerk (C1 - f3)
Bourdon 16'
Prestant 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Fluit 4'
Quint 3' (toegevoegd in 2017)
Super Octaaf 2'
Cornet V sterk (discant)
Mixtuur III-IV sterk
Trompet 8' (B/D).
Onderpositief (C - f3)
Fluit Does 8'
Viola di Gamba 8' (vanaf f°)
Speelfluit 4'
Salicionaal 4'
Woudfluit 2' (toegevoegd in 2017)
Vox Humana 8' (toegevoegd in 2017)
Pedaal (C - f1)
Subbas 16' (toegevoegd 1858)
Prestant 8' (toegevoegd 1858)
Gedekt 8' (toegevoegd 2017)
Octaaf 4' (toegevoegd 1858)
Bazuin 16' (toegevoegd 1858)
Trombone 8' (toegevoegd 1858)

 

 

 

Koppelingen: Hoofdwerk aan Onderpositief en Pedaal aan Hoofdwerk
Stemming: Evenredig Zwevend (a = 450 Hz.
Overig: tremulant en ventiel

 





 
 
Webdesign Utrecht » SPRANQ