Leeuwenbergh

Algemeen | Dispositie | Afbeeldingen | Audio
Plaats: Utrecht (gemeente Utrecht)
Bouwjaar: 1954
Orgelmaker(s): fa. Flentrop
Organist(en): Dick van Dijk

Leeuwenbergh heeft een lange en bewogen geschiedenis. Het gebouw heeft haar ontstaan te danken aan een legaat van Agnes van Leeuwenbergh. Zij liet in 1562 haar vermogen na om er een gasthuis voor armen, zieken, daklozen en pestlijders van te stichten.
In 1930 komt het gebouw in handen van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden. In maart 2004 wordt Utrecht opgeschrikt door het bericht dat de Leeuwenberghgemeente het beheer niet langer kan dragen. Op 17 mei 2004 is de Stichting Vrienden van Leeuwenbergh een feit. Deze stichting heeft Leeuwenbergh inmiddels aangekocht en zal het gebouw zonder winstoogmerk exploiteren en openstellen voor het publiek. 

Orgelhistorie
Een pneumatisch orgel dat sinds 1930 in de kerk heeft gefunctioneerd wordt in 1954 verkocht aan de Apostolische Kerk in Leeuwarden. In de plaats hiervan bouwt de fa. Flentrop een nieuw instrument met twee klavieren en pedaal, dat op de begane grond in de voorste beuk werd geplaatst. Het orgel van Leeuwenbergh kwam tot stand op instigatie van niemand minder dan Albert Schweitzer. De beroemde organist, theoloog, humanist, Bachkenner, arts, ontwikkelingswerker avant-le-lettre en Nobelprijswinnaar bezocht in 1951 het toenmalige (vrijzinnige) kerkgebouw Leeuwenbergh voor een lezing over zijn werk in Afrika. Dit was tijdens één van Schweitzer's befaamde 'bedeltochten' ten behoeve van zijn eigen ziekenhuis in Lambarene, Afrika. Toenmalige Leeuwenberghorganist George Stam wist Schweitzer te bewegen om het kerkbestuur te adviseren om een nieuw orgel te laten bouwen. Na een inzamelingsactie kwam het instrument er, mede op grond van Schweitzer's concrete bouwaanwijzingen. Het Flentroporgel in Leeuwenbergh is in feite het enige orgel waarmee de naoorlogse, vernieuwende orgelbouwopvattingen van Schweitzer concreet zijn 'gematerialiseerd'
In de orgelhistorie van de stad Utrecht is er overigens een opmerkelijk feit. Immers nog voordat de firma Marcussen zijn beroemde en 'toonaangevende' orgel in de Nicolaïkerk volgens de principes van de 'Neue Orgelbewegung' bouwde, kreeg de Leeuwenberghkerk dit Flentroporgel dat dezelfde geest ademt. D.A. Flentrop was met deze ideeën reeds vroeg vertrouwd geworden; hij had zijn scholing daarn gehad bij de Deense orgelbouwer Frobenius. Als keerpunt in de orgelbouwprincipes binnen zijn bedrijf gold het orgel van de Hervormde Kerk in Loenen aan de Vecht (1951). Het orgel van de Leeuwenberghkerk volgde dus vrij spoedig hierna (1954).
Het orgel werd op 12 december 1954 ingebruik genomen met een bespeling door George Stam, destijds organist van deze kerk.

Bronnen:
'Er staat een orgel in .....'  door Gert Oost, Bert Wisgerhof en Piet Hartemink ISBN 90 246 4448 8

Huidige dispositie

Hoofdwerk [I] C - f3 
Quintadeen 16'
Prestant 8' 
Roerfluit 8' 
Octaaf 4'
Vlakfluit 2'
Tertiaan II
Mixtuur IV
Trompet 8'

Bovenwerk [II] C - f3
Holpijp 8'
Spitsgamba 8
Prestant 4'
Fluit 4'
Nasard 2 2/3'
Octaaf 2'
Scherp IV
Dulciaan 8'

Pedaal C - f1 
Bourdon 16'
Prestant 8'
Gedekt 8'
Woudfluit 4'
Ruispijp III
Fagot 16'

Koppelingen: Hw-Bw, Ped-Hw, Ped- BW

 





 
 
Webdesign Utrecht » SPRANQ